donderdag 10 februari 2011

Het meisje en de schildpadden (deel 1 vd 3)

Er was eens een meisje, dat liep op het strand. het was een heel mooi strand met droog rul zand. De zon scheen, het was zomer. De zee was groenblauw en stuurde steeds opnieuw een golf het strand op. Ze liep het liefst daar waar de golven haar enkels omspoelden. Haar benen waren bruin en droog van al die dagen die ze al aan het strand had doorgebracht.
Plotseling zag ze in de verte de schildpadden alweer liggen. het leek of ze op haar lagen te wachten. Op een wonderlijke manier werd ze door de beesten aangetrokken. Toen ze ze in het zicht kreeg begon ze te rennen en hijgend plofte ze naast de schildpadden in het zand. Het zand waaierde over ze uit door de vaart waarmee ze neerviel.

Als er al één van hen zijn poten of kop buiten het schild had gehad dan was dat nu niet meer zo want schildpadden verschansen zich bij dreiging van gevaar. Ze trekken poten en kop terug in het schild. Waarschijnlijk lagen ze nu wat grommend te mopperen in hun schild over al dat binnenwaaiende zand. Maar het meisje had niks in de gaten. Was blij dat de schildpadden er nog waren. Was er zeker van dat de beesten ook blij waren dat zij er weer was. Ze ging op haar zij liggen met haar hoofd in het zan om bij één van de schilden naar binnen te loeren. het zand vermengd met het overgebleven zout uit de zee zat nu in haar haar en haar oren. Maar ze merkte het niet. Ze praatte heel zachtjes tegen het beestje wat daar binnenin moest zitten. Ze vertelde op fluistertoon dat het zo mooi was op het strand. En vroeg of hij even tevoorschijn wilde komen. Beloofde dat er echt niks zou gebeuren. Het was veilig op het strand en in geval van gevaar zou zij hem beschermen. Dat beloofde ze. Het duurde lang zoals ze daar lag te praten op zachte geruststellende toon. Viendelijk, vol liefde. Heel even dacht ze dat ze iets hoorde en stopte ze met praten. Maar er gebeurde niks.

Verdrietig keek ze naar de andere schilden, geen pootjes, geen kopje, niks. Zo zagen ze toch niks dacht ze. En het is hier zo mooi. De zon schijnt over de golven, het schittert tot aan het eind van de horizon. Er lagen allemaal schelpen en schelpje die je kon verzamelen. Het strand grensde aan de ene kant aan de duinen maar aan de andere kant aan een naaldbomenbos. En het strand was zo wit en zo warm. Ze was helemaal gelukkig, de schildpadden zouden ongetwijfeld uit hun schilden komen. Dat kon niet anders.

0 reacties: