vrijdag 18 februari 2011

Het meisje en de schildpadden (deel 3 vd 3)

Ze duwde es even, waar ze tegenaan duwde gaf een klein beetje mee. Veerde een beetje. Ze haalde het er weer even uit om te kijken waar het haakje ook weer zat. En hup, het stokje er weer in. Ze probeerde nu het haakje ergens achter te krijgen. Dan trok ze gewoon een pootje naar buiten. Zo kon de schildpad ontdekken dat als die poot buiten het schild zat dat er heus niks gebeurde. Ze peuterde en prutste maar kon niet echt houvast krijgen. Gevoelens van ongeduld begonnen in haar buik te borrelen. Ze gooide een beetje bozig een hand vol zand op het schild. Met opzet ook een beetje zand in het schild. Dat leek haar lastig voor het beest. Eigen schuld! Ze was hier nu toch!? Waarom wilde hij niet even naar buiten komen?

Ze werd nu toch wel een beetje onrustig. Wisten de schildpadden eigenlijk wel dat ze hier was? Misten ze haar als ze naar huis moest? En waren ze blij als ze haar aan zagen komen? In een soort van laatste wanhoopspoging besloot ze de schildpad die ze het liefst tevoorschijn zag komen, op te pakken. De liefde stroomde weer door haar heen. Heel voorzichtig hield ze het beestje vast. Ze had een list bedacht. Ze liep een heel eind de zee in met het beest. Ze moest opnieuw even wennen aan de kou maar was vastberaden. Toen ze tot haar middel in het water stond, hield ze de schildpad onder water. Ze wist het zeker. Nu zou hij eruit komen. Ze wiegde het schild zachtjes heen en weer. Zo zou het beestje dezelfde streling van het water voelen die zij vanmiddag aan haar huid had gevoeld. Er was zoveel goeds en zoveel moois buiten het schild te ontdekken. Dat zou het beest nu toch wel bewegen om tevoorschijn te komen. En ze bleef wiegen en kijken. En kijken en wiegen. Een diep verdriet kwam omhoog. Al haar liefde en al haar geduld, zelfs haar woede konden de dieren niet vermurwen.Woedend gooide ze het schild zover ze kon de zee in. En plofte in het water waar het strand en de golven elkaar ontmoetten. Een schildpad wilde niks zien. Daar was ze nu zeker van. Die wilde alleen maar op het strand liggen en lekker warm worden in de zon. Na lang gehuild te hebben begreep ze dat het de schildpadden niet zoveel uitmaakte of ze nu langskwam of niet. Ze hadden het goed. En wilden niet tevoorschijn komen om bij haar te zijn. Bibberend stond ze op. Ze was koud en liet zich nu languit in het warme zand vallen. De zon en het zand maakten haar weer door en door warm.
Nog één keer kwam ze overeind om bij de overgebleven schildpadden te gaan zitten. Diep dacht ze erover na hoe het toch kond dat de verlangens van de beesten zozeer verschilden van die van haar. Totdat ze plotseling in de verte een vogel zag die capriolen in de branding maakte. Nieuwsgierig vloog ze overeind en rende er naar toe.

0 reacties: