donderdag 26 februari 2026

Hoe het graf van mijn ouders mij ontketent

Ik hou van chronologie en heb altijd weer de neiging om mijn verhaal ook volgens de tijdlijn te vertellen. Bij dezen!

Tien jaar geleden, 22 februari 2016, is mijn moeder Trienke Minzinga Zijlstra Veenstra overleden. Ik leerde in een rouwworkshop bij Phoenix dat de namen mogen klinken. Mijn moeder heette Trienke maar ze wilde op enig moment dat het niet meer ie zou zijn maar y Trynke. Toen stond ik daar verder niet bij stil. Nu zou ik willen weten wat haar bewoog.

Het was aan mijn vader om het graf te regelen. En op enig moment had hij in een wijkblaadje een foto van een knappe vrouw gezien die zich presenteerde als grafkunstenares. Mijn vader was ten gevolge van een herseninfarct enigszins ontremd waar het ging om vrouwelijk schoon en hij ging er helemaal voor. Wat deze vrouw zei en voorstelde vond hij prachtig. Wij als kinderen hebben dat gelaten met de idee dat het aan hem was uiteindelijk, ook omdat hij er zelf bij zou komen te liggen. Het resulteerde in een prachtige zerk met musjes, mijn moeders lieverlingsvogel, uitgesneden uit RVS erop. Maar in de bak voor de zerk kwamen grote brokken glas te liggen. Groot, blauw en scherp. Mijn oudste zus vond het van het begin af aan niks, zelf was ik er neutraal over. Mijn andere zus was niet meer betrokken omdat zij zelf te maken kreeg met een dodelijke ziekte. En mijn broer, die ook overleden is ondertussen, accepteerde het als mijn vaders keuze.

Nu tien jaar later ben ik geconfronteerd met veel verlies wat dus in zo'n gekke chronologische volgorde zich voordeed. Met als gevolg dat ik nooit écht toekwam aan de rouwarbeid omdat het volgende verlies aanstaande was. En de metafoor hoe ik hier mee om ben gegaan deed zich een aantal weken geleden voor. Ik had in een sessie bij een lichaamsgerichte therapeute een heftige ontlading die me flink ontregelde. Maar mijn tijd was op enig moment om en de volgende zat te wachten. Dus die mevrouw stuurde me vrij droog aan om mijn schoenen weer aan te doen en te vertrekken. Gelukkig was deze keer mijn zus mee, wat verder nooit gebeurd. Maar bij haar in de wachtkamer heb ik nog uitgebreid zitten huilen en kon ik wat tot rust komen. 

Als je dan om je heen kijkt dat alles wat er gebeurt, een reflectie van jezelf is (quote Sara Hermanides) dan is wat die therapeute deed een reflectie van mezelf. En dat klopt nl ook. Er gebeurt iets heftigs en hup de schoenen aan en weer door. 'Trochgean' leerde mijn vader mij, zoals hij dat als vijftienjarige oudste zoon leerde van een oom toen zijn vader, mijn grootvader was overleden. En dat is wat ik heel goed kan, doorgaan, kop ervoor zeggen de friezen dan. 

Mijn schildklier legde me begin dit jaar letterlijk plat doordat ik heftig reageerde op de medicijnen en omviel en een hersenschudding kreeg. En terwijl ik aan het opknappen was wilde ik ineens het graf van mijn ouders herinrichten, er kwam een acute haat op jegens die scherpe blauwe glasbrokken. Die moesten weg! Gelukkig wilde mijn zus me helpen. En zo hebben we die glasbrokken heerlijk weggegooid bij de Omrin, grofvuil, met veel lawaai. Ik voelde me echt tien kilo lichter toen we wegreden. 

 

En vervolgens modder in de bak voor de zerk en hier narcissen, primula veris, blauwe druifjes, margrieten, hedera en nog wat zaaigoed in geplant. Dat vindt mijn moeder echt zoveel mooier, ze heeft haar hele leven altijd 'oppekop' in de tuin gestaan met veel bloeiende bloemetjes en een echt prachtige engelse tuin tot gevolg. 


Het proces was ook wel weer boeiend. Ik had nl de begraafplaats gebeld dat we om tien uur zouden komen met de auto en dan deden zij het hek open. En 3x raden: hek dicht. Bellen, oh, u staat op morgen, moment ik zal even kijken of er iemand is. Heel toevallig was diegene net weer terug van een excursie en deed even later het hek open. Vervolgens wilden we zo dicht mogelijk bij het graf staan vanwege versleten schouders en zware stenen en we hebben letterlijk van alle kanten geprobeerd de auto het straatje in te manoeuvreren. Met hier en daar wat platgereden hedera en ingedeukte coniferen maar het kon écht niet. Dat zoeken en rondrijden, was schade hier en daar, vond ik wel beeldend. En terwijl we bezig waren vlogen er drie zwanen over, mijn ouders en mijn zus. Even later één gans die al gakkend de andere kant uitvloog, mijn broer. We hebben ook echt wel gelachen om al die gekke dingen.

Het past allemaal zo wonderlijk bij wat ik in mijn vorige blog schreef dat ik merk dat ik het schild (-klier) laat zakken. De bescherming die mannen dragen als ze ten strijde trekken.
En dat de stroom die er in mij was weer in beweging mag komen, vooralsnog met behulp van medicijnen maar prima. En dat het weghalen en weggooien van die ellendige stenen systemisch bekeken een soort van ontketenen is. Ik ben me aan het vrijmaken, aan het ontwapenen (mda Marlies Zijlstra)

Ga letterlijk doen wat het feminiene deel in mij liever heeft, simpele, prachtige voorjaarsplantjes planten. Volgens het feminiene principe: radicaal aanwezig, waakzaam, ontvankelijk en met precisie. Taal van Sara die er bij mij ingaat als een preek in een ouderling. En it sticks, ik hoef geen moeite te doen om deze woorden te onthouden. 

Geen opmerkingen: