Posts tonen met het label poëzie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label poëzie. Alle posts tonen

maandag 22 maart 2021

Vrijheid, vertrouwen en poëzie

We hebben gestemd met ons allen. En het maakte wat los. Wat me treft is dat er zo geschermd wordt met het woord vrijheid. Natuurlijk begrijp ik wat mensen bedoelen. Er is van alles wat er niet kan en er zijn allerlei maatregelen waardoor je het gevoel krijgt dat je ingeperkt bent. Maar daarmee ben je je vrijheid niet kwijt of staat je vrijheid niet ter discussie. De term vrijheid is hier niet van toepassing. Als je in een cel wordt opgesloten of je wordt naar een strafkamp gestuurd zoals Navalny, ja dan ben je van je vrijheid beroofd. Maar zelfs dan, zegt Victor Frankl in zijn boek 'de zin van het bestaan', geschreven naar aanleiding van zijn verblijf in een concentratiekamp in de Tweede Wereldoorlog.



En het gaat allemaal over Corona; je bent voor of tegen iets, beweert ondertussen wel dat je niet wilt polariseren en vervolgens demonstreer je er nog eens lustig op los. Roept om het hardst dat je tegen vaccineren bent en dat het allemaal gaat om gezond leven en zorgen voor een goede weerstand. Ja, ik snap het langzamerhand niet meer.
Als je niet wilt polariseren en vóor dialoog bent, ga dan in het midden zitten en leef je éigen leven. Niet het leven van anderen wat je meent te moeten beschermen of niet het leven van de dieren waarvan je meent dat die van jou afhankelijk zijn en niet het leven van de aarde waarvan je ook meent dat die van jou afhankelijk is. Jij bent afhankelijk van de aarde en niet andersom.

Leef jouw eigen leven, zorg voor je eigen weerstand, stop met het eten van vlees en verklein je ecologische voetafdruk. Doe goede dingen in je directe woon- en leefomgeving, zorg voor de overstekende worm, de vogels in je omgeving, ruim een stuk plastic op wat op straat ligt enzovoorts. En leg je telefoon weg, stop met social media (je hoort nergens meer iets over de schade die alle internetverkeer aan het milieu berokkent; check Arjen Lubach over opslag van dataverkeer in Nederland) en geef toe dat je gaat demonstreren omdat je dat gewoon leuk vindt, dat je dat al je hele leven doet (er is altijd wel een onderwerp) of dat het je nog een beetje 'evenement' gevoel geeft.

Mogelijk tot vervelens toe haal ik de drie opties van Eckart Tolle aan wat te doen als je onvrede voelt: 
1. doe iets (dat betekent niet iets roepen of ergens tegenaan schoppen) maar daadwerkelijk iets doen
2. accepteer de situatie
3. verlaat de situatie.


We leven in Nederland in een democratie, wat mij betreft geen perfecte maar wel een optimale vorm om samen te kunnen leven. In zo'n democratie zijn mogelijkheden om je stem te laten horen. Maar wat er tegenwoordig gebeurt op social media en met het demonstreren is niet meer het laten horen van je stem maar doordrammen op onderwerpen die buiten jouw invloedssfeer liggen. En het creëeren van controverse. Ik ben absoluut voor een liefdevolle samenleving en ik ben zeker weten voor het zorgen voor je eigen gezondheid door je lijf schoon te houden en door stress (oud en nieuw) op te ruimen. Maar dóe dat gewoon en hou op erover te roepen dat ánderen dat moeten doen of dat ánderen daarvoor moeten zorgen of dat het zo belachelijk is dat anderen dit niet doen. En stop met het diskwalificeren van de mensen in de zorg, de politiek, de media of de wetenschap. Practice what you preach: heb de mensheid lief.
Paul van Tongeren

Onze nieuwe denker des Vaderlands Paul van Tongeren zegt: 'We besteden onze morele plichten het liefst uit'. En hij heeft het over nadenken en afstand nemen. Nou, momenteel zit iedereen óveral bóvenop en vindt er ógenblikkelijk iets van. 
'Onze samenleving wordt geleid door ongeduld' is een andere uitspraak van hem. Er zijn momenteel een in mijn ogen onevenredig groot aantal mensen die té zeer overtuigd zijn van het belang van hun mening, een te groot ego hebben, zeg maar. En waarom ik me nu zo opwind is dat er bij deze groep zoveel mensen zitten waarvan ik een andere verwachting had. Die zich in de afgelopen jaren profileerden in de spirituele zin, en vol waren van het afzweren van het ego. In mijn ogen is het zo dat als je je ego niet meer laat prevaleren dan begrijp je dat we met ons allen één zijn, bewegende energetische deeltjes. En dat alles goed komt, zelfs als de dood om zich heen grijpt. Maar leven met doemscenario's is iets wat ik pertinent weiger. Zolang ik namelijk niet dood ben, ben ik van plan te leven. En zolang er leven is, wil ik dat koesteren. Maar goed het blijft gewoon mensenwerk. 


In een post van Holistik kwam ik een uitspraak van Alan Watts tegen over geloof en vertrouwen. Vertrouwen is een duik in het onbekende. En waarschijnlijk is het daarom zo onrustig ook in de wereld omdat het onbekende angst opwekt. En mijn idee is dat 'het werk' wat je kunt doen is kijken naar die angst bij jezelf, de bereidheid hebben om daar naar te kijken. Dus naar binnen. 

Mijn keus is poëzie, onder aanvoering van David Whyte, míjn denker des moederlands ;)
Maar hieronder een prachtgedicht van Remco Campert


Poëzie is een daad . . .

Poëzie is een daad
van bevestiging. Ik bevestig
dat ik leef, dat ik niet alleen leef.

Poëzie is een toekomst, denken
aan volgende week, aan een ander land,
aan jou als je oud bent.

Poëzie is mijn adem, beweegt
mijn voeten, aarzelend soms,
over de aarde die daarom vraagt.

Voltaire had pokken, maar
genas zichzelf door o.a. te drinken
120 liter limonade: dat is poëzie.

Of neem de branding. Stukgeslagen
op de rotsen is zij niet werkelijk verslagen,
maar herneemt zich en is daarin poëzie.

Elk woord dat wordt geschreven
is een aanslag op de ouderdom.
Tenslotte wint de dood, jazeker,

maar de dood is slechts de stilte in de zaal
nadat het laatste woord geklonken heeft.
De dood is een ontroering.

Remco Campert (1929)
Uit: Het huis waarin ik woonde (1955)
Uitgever: De Bezige Bij






dinsdag 13 maart 2018

Gesprek met een steen van Wislawa Szymborska




Gesprek met een steen
Wisława Szymborska
Vertaling: Gerard Rasch


Ik klop op de deur van een steen.
‘Ik ben het, doe open.
Ik wil bij jou naar binnen gaan,
overal bij je rondkijken, met jou mijn longen vullen.’

‘Ga weg,’ zegt de steen.
Ik ben hermetisch gesloten.
Zelfs aan stukken geslagen
zullen we hermetisch gesloten blijven.
Zelfs fijngewreven tot zand
zullen we niemand binnenlaten.’

Ik klop op de deur van de steen.
‘Ik ben het, doe open.
Ik kom uit louter nieuwsgierigheid
die alleen het leven kan bevredigen.
Ik heb me voorgenomen door je paleis te wandelen
en daarna nog blad en waterdruppel te bezoeken.
Ik heb voor die dingen niet veel tijd.
Mijn sterfelijkheid hoort je te ontroeren.’

‘Ik ben van steen,’ zegt de steen,
‘en moet noodzakelijkerwijs mijn ernst bewaren.
Ga hier weg.
Ik heb geen lachspieren.’

Ik klop op de deur van de steen.
‘Ik ben het, doe open.
Ik heb gehoord datje binnen grote lege zalen hebt,
onbezichtigd en vruchteloos mooi,
verlaten en zonder echo van enige voetstap.
Geef toe datje daar zelf niet veel van weet.’

‘Ja, grote en lege zalen,’ zegt de steen,
er is alleen geen plaats.
Mooi, wellicht, maar dat gaat de smaak van
jouw gebrekkige zintuigen te boven.
Je kunt me leren kennen, maar ervaren nooit.
Mijn hele oppervlak keer ik jou toe,
mijn hele binnenste wend ik van je af.’

Ik klop op de deur van de steen.
‘Ik ben het, doe open.
Ik zoek in jou geen toevlucht voor altijd.
Ik ben niet ongelukkig.
Ik heb zelf ook een huis.
Mijn wereld is een terugkeer waard.
Ik kom en ga met lege handen.
En als bewijs dat ik hier werkelijk was,
kan ik slechts beschikken over woorden die niemand zal geloven.’

‘Je komt er niet in,’ zegt de steen.
‘Je mist het zintuig van de deelname.
En er is niets wat dat vervangen kan.
Zelfs een tot alziendheid aangescherpte blik
baat je niets zonder het zintuig van de deelname.
Je komt er niet in, hebt er nauwelijks een idee van,
bezit nauwelijks zijn kiem, de verbeelding.’

Ik klop op de deur van de steen.
‘Ik ben het, doe open.
Ik kan niet tweeduizend eeuwen wachten
voor ik in jouw huis mag komen.’

‘Als je mij niet gelooft,’ zegt de steen,
‘vraag dan het blad, je zult hetzelfde horen.
Vraag het de waterdruppel, zijn antwoord luidt net zo.
Vraag het tenslotte een haar op je eigen hoofd.
Een lach zwelt in me aan, een reusachtige lach,
maar ik weet niet hoe ik hem moet lachen.’

Ik klop op de deur van de steen.
‘Ik ben het, doe open.’

‘Ik heb geen deur,’ zegt de steen

maandag 5 februari 2018

Self-portrait by David Whyte

Self-Portrait
by David Whyte

It doesn't interest me if there is one God
or many gods.
I want to know if you belong or feel
abandoned.
If you know despair or can see it in others.
I want to know
if you are prepared to live in the world
with its harsh need
to change you. If you can look back
with firm eyes
saying this is where I stand. I want to know
if you know
how to melt into that fierce heat of living
falling toward
the center of your longing. I want to know
if you are willing
to live, day by day, with the consequence of love
and the bitter
unwanted passion of your sure defeat.

I have heard, in that fierce embrace, even
the gods speak of God.


zaterdag 3 februari 2018

Afscheid van mijn lichaam



Afscheid van mijn lichaam

Waarom, mijn lichaam, was je mij zo weinig waard?
Waarom bleef ik zo koppig tronen in mijn hoofd
en woonde ik mezelf zo hevig uit?

O ja, ik hield van wijn, van zwaar doorrookte feesten,
lucide kaders en oneindig gulle lakens.
Zo leefde ik verlicht mijn tijd aan stukken.

Nu lig ik op een zaal, mijn hart, die logge spier,
verlaat me, laf als een gedicht laat het me staan
en voor het eind van deze avond zakt de dood mijn longen in.

De zon was mij nooit opgevallen als hij niet
steeds onderging. Geen lucht, geen flonkering, geen hoop.
Waarom, mijn lichaam, heb ik nooit in je geloofd?


Menno Wigman (1966)
uit: Slordig met geluk (2016)

maandag 22 januari 2018

'De mooiste poëzie is het ongeschrevene' Remco Campert

Poëzie (zoveelste poging)

Poëzie is de toon
die de muziek maakt
die terwijl je luistert
spoorloos raakt

poëzie is een woord
je schrijft het op
en de inkt wordt onzichtbaar

vergeefs gegoochel
met iets wat de schijn ervan heeft
het konijn blijft in de hoed

waar niets om bewijs vraagt
blijft alles onbewezen

de mooiste poëzie is
het ongeschrevene


Remco Campert (1929)
uit: Licht van mijn leven (2018)