maandag 5 februari 2018

Geloof in goed en beter door Freek de Jonge

Freek de Jonge in de Trouw 25 december 2017

Blijf Het Verhaal vertellen
We trekken Het Verhaal
als ooit de Vlaamse primitieven
niet langer vol verlangen naar ons toe
We kunnen het redelijkerwijs niet meer geloven
Laten de oren hangen naar het consumptieve
Zijn de strekking moe

Daar komt het machteloos besef bij
na elk appèl op het geweten
je doet het toch nooit goed
Wijs laten wij ons door niemand maken
Woorden die ons moeten raken zijn versleten
en zo zakt de moed

We hebben geen behoefte meer aan vragen
waar we geen antwoorden op weten
en nog het minst van alles
zitten we te wachten op een preek
Maar wat blijft er over van een wereld
zonder geloof in goed en beter
Wat moet er worden van ons leven
als de geest ontbreekt?

Blijf Het Verhaal vertellen
De wereld kan niet zonder
en ieder pasgeboren kind
is behalve een mysterie
bewijs van het wonder
dat het leven steeds opnieuw begint

Self-portrait by David Whyte

Self-Portrait
by David Whyte

It doesn't interest me if there is one God
or many gods.
I want to know if you belong or feel
abandoned.
If you know despair or can see it in others.
I want to know
if you are prepared to live in the world
with its harsh need
to change you. If you can look back
with firm eyes
saying this is where I stand. I want to know
if you know
how to melt into that fierce heat of living
falling toward
the center of your longing. I want to know
if you are willing
to live, day by day, with the consequence of love
and the bitter
unwanted passion of your sure defeat.

I have heard, in that fierce embrace, even
the gods speak of God.


zaterdag 3 februari 2018

Afscheid van mijn lichaam



Afscheid van mijn lichaam

Waarom, mijn lichaam, was je mij zo weinig waard?
Waarom bleef ik zo koppig tronen in mijn hoofd
en woonde ik mezelf zo hevig uit?

O ja, ik hield van wijn, van zwaar doorrookte feesten,
lucide kaders en oneindig gulle lakens.
Zo leefde ik verlicht mijn tijd aan stukken.

Nu lig ik op een zaal, mijn hart, die logge spier,
verlaat me, laf als een gedicht laat het me staan
en voor het eind van deze avond zakt de dood mijn longen in.

De zon was mij nooit opgevallen als hij niet
steeds onderging. Geen lucht, geen flonkering, geen hoop.
Waarom, mijn lichaam, heb ik nooit in je geloofd?


Menno Wigman (1966)
uit: Slordig met geluk (2016)

woensdag 31 januari 2018

'Settelen' van Ida Boelhouwer



Ontroerd was ik, toen Ida dit voorlas tijdens één van onze moedige gesprekken.

Settelen

Elke dag zoek ik het weer tijdens het opstaan
ik zoek het in cadeaupapier
dat over de weg waait
in op de vriendelijke wind fladderende
plastic zakjes
iedereen en alles
is op zoek
naar iets
ondertussen
wil ik het liefst
een benzinepomp zijn
op een gunstige plek
met een winkeltje erbij
en een mevrouw erin
van rond de vijftig
die ernaast woont
helemaal
alleen
enzo
de eindjes aan elkaar knoopt
ik zou haar
man
minnaar
en
bestemming zijn

Uit: 'de nacht versiert je nog'
van Ida Boelhouwer


zondag 28 januari 2018

Removed

Met dank aan Toekie van Apeldoorn, oprichter van De Kindercoaches. Een prachtige korte film over de kwetsbaarheid van kinderen en jongeren én de kwetsbaarheid van het helingsproces.
Daarom ben ik zo blij dat Riet Fiddelaers-Jaspers, trauma- en verliesdeskundige, en oprichter van het Expertisecentrum Omgaan met Rouw en Verlies eind maart naar Loft, Boksum komt om haar kennis met ons te delen over Traumasensitief werken met Jongeren en Kinderen


maandag 22 januari 2018

'De mooiste poëzie is het ongeschrevene' Remco Campert

Poëzie (zoveelste poging)

Poëzie is de toon
die de muziek maakt
die terwijl je luistert
spoorloos raakt

poëzie is een woord
je schrijft het op
en de inkt wordt onzichtbaar

vergeefs gegoochel
met iets wat de schijn ervan heeft
het konijn blijft in de hoed

waar niets om bewijs vraagt
blijft alles onbewezen

de mooiste poëzie is
het ongeschrevene


Remco Campert (1929)
uit: Licht van mijn leven (2018)

zondag 21 januari 2018

Bidden

Trynke Minzinga Zijlstra Veenstra
Mijn vader woont zelfstandig en is afhankelijk van buurtzorg om uit, half acht 's ochtends, en in bed, half vijf 's middags, te komen. Daar tussenin redt 'ie zich heel aardig. Ik bewonder hem om zijn acceptatie van het leven zoals zich dat aan hem voordoet. Ik ga twee keer in de week naar hem toe en ben meestal in meer of mindere mate geïnspireerd door hem en door onze gesprekken.

Afgelopen week was ik met de fiets gevallen door de gladheid, onderweg naar hem. Na mijn val belde ik mijn lief omdat ik, los van breuken en meer van lichamelijke ongein, in mijn eentje eigenlijk niet weet hoe het met me is, na zo'n gebeurtenis. Gelukkig was die bereikbaar en al pratend bleek het wel wat mee te vallen met de impact. De rest van mijn tocht maar even lopend voortgezet kwam ik vijf minuten later bij hem. Ik had me voorgenomen niks te zeggen over mijn val omdat hij zich anders misschien zorgen gaat maken maar het eerste wat ik zeg na binnenkomst is dat ik ben gevallen. En terwijl ik normaal alles doe omdat hij minimaal mobiel is, ging hij meteen staan, veegde met een doekje op mijn jas om, legde die weg en gebood, tot twee keer toe, mij te gaan zitten. En ik realiseerde me dat dat een mens waarschijnlijk ook weer zin geeft om voor een ander te zorgen dus liet ik het me ook aanleunen.

Bij de koffie vertelde hij dat hij een boekje van Bonhoeffer naast zijn bed heeft liggen. En dat hij daar een klein stukje in had gelezen waarin stond dat je een mens in de ogen moest kijken. En dat had hij meteen gedaan bij zijn minst populaire 'buurtzorgster'. Dat vind ik mooi. Steeds zoeken naar mogelijkheden om op het menselijke level in verbinding te blijven. Dat hij dat dus kan, wil en doet. Binnen die kleine reikwijdte waarin zijn leven zich afspeelt.

En zo kwamen we via Bonhoeffer op de oorlogstijd en mijn vaders vader, mijn pake. Deze is 1948 verdronken onderweg naar een vergadering over emigreren naar Canada. En ik was verdrietig want ik had graag willen weten of ik met hem op kon schieten en ik had hem graag ontmoet en hem van alles willen vragen. Waarop mijn vader zei dat ik misschien kon bidden. En toen was ik weer verdrietig want dat voelde een beetje alsof hij alvast een voorschotje nam op het moment dat hij er zelf niet meer zou zijn. Dat ik middels het bidden dan toch verbinding kon leggen met hem, mijn moeder, mijn zus en mijn grootouders, en nog meer familieleden die ik graag had ontmoet. Bidden, ik doe het nooit, ben gereformeerd opgevoed maar niet gebleven. Mijn ouders waren christelijk maar niet van de kerk. En wel deels gelovig op een eigenzinnige manier.

Wierd Minzinga Zijlstra
Maar zijn voorstel om te gaan bidden past in een proces, mijn proces omtrent zingeving en overgave. Een vriendin die van het Boeddhisme terugkeert naar het christendom wat voor haar voelt als thuiskomen. Mijn zus die in haar stervensproces vocht met het geloof en het Godsbegrip. Mijn ontdooien uit een versteende rouwperiode en zoeken naar betekenis. En mijn kinderlijke beeld van mijn geliefde mensen boven in de hemel, samen op een bankje, kijkend hoe het met ons gaat. Mijn lief had een gedicht van Huub Oosterhuis gezien en was daarvan onder de indruk. En hier herken ik mij in. Prachtig.

Ben van religie niet.
Heb wel de stem gehoord
van het bevrijdingsvisioen
dat gloedrood in de Joodse Bijbel staat geschreven:

'Gelijke rechten op geluk
de zachte krachten van de solidariteit
genade brood voor ieder mens

uittocht uit alle wrede slimme
martelende slavernijsystemen
ooit en steeds opnieuw bedacht.'

De stem die dit
tot mijn geweten spreekt
is god voor mij.

En als ik zing uitzinnig ingetogen
in eigen zieletaal, of Bach aanhoor:
't gaat over dit, die god alleen

en verder godsdienst geen.

Huub Oosterhuis Trouw 22 december 2017